Jaap Stam blikte in de Vrij Nederland terug op zijn carrière. Opvallend vond ik dat hij zeer weinig terugdenkt aan zijn successen. ‘Alleen de negatieve dingen blijven hangen’, aldus Stam. ‘Ik herinner me alle fouten en verliezen. Niet de Champions League-finale die ik won, maar die ik verloor.’

Hij is daarin niet de enige. Veel topsporters kijken terug op een wedstrijd of training en onthouden voornamelijk de dingen, die ze niet goed gedaan hebben. Ze herinneren de fouten die ze gemaakt hebben, de kansen die ze gemist hebben en de negatieve feedback die ze van teamgenoten en/of de coach gekregen hebben. Ook coaches bespreken na een wedstrijd vooral de dingen die niet goed gegaan zijn. Ze benadrukken wat de volgende keer beter moet, wat anders kan en welke fouten er niet meer gemaakt mogen worden. Is dit sport eigen? Of zit het in onze cultuur gebakken? De nuchtere Nederlander, die zijn hoofd niet op hol laat slaan door successen, maar altijd blijft zien hoe het beter kan en waar hij het beter had kunnen doen. Stellen we dan te hoge eisen aan onszelf? Zijn we te perfectionistisch? En gaan we hierdoor beter presteren of juist minder? En wat voor invloed heeft het op de lol van het spelletje?

Een bekende quote is: ‘Een fout is pas een fout, wanneer je er niet van geleerd hebt.’ Iedereen maakt fouten en vergissingen. Dat is niet meer dan normaal. Door deze fouten te bespreken en te bekijken kan dit de volgende keer voorkomen worden of op een betere manier opgelost. Zo leer je en wordt je beter. Maar dit is niet de enige manier. Want de dingen die goed zijn gegaan in de wedstrijd wil je de volgende keer natuurlijk weer zo goed doen. Hoe zorg je daarvoor? Hoe behoud je de goede dingen en verander je de punten die (nog) beter kunnen? Dit kun je bereiken door beide zaken in de nabespreking uitvoerig naar voren te laten komen. Dus niet alleen de zaken te bespreken die niet goed zijn gegaan, maar ook aandacht voor al die aspecten die wél voortreffelijk zijn verlopen. Dit heeft overigens niets te maken met het feit of de wedstrijd met winst of verlies is afgesloten. Ook al is de wedstrijd verloren dan nog zijn er aspecten te belichten die positief verlopen zijn.

Daarnaast heeft het benadrukken van de zaken, die goed verlopen een positief effect op de beleving van het spel. als er alleen aandacht is voor de slechte punten van de wedstrijd, dan kan dit een negatieve invloed hebben op de spelvreugde. Als een sporter alleen te horen krijgt wat hij niet goed heeft gedaan, kan dit zeer demotiverend werken. En toch zijn er ook heel veel sporters, die dit zichzelf aandoen. In interviews na een wedstrijd weten zij je dan haarfijn te vertellen wat er allemaal fout ging. Deze sporters kun je helpen door ze ook te vragen naar de dingen die wel goed gingen en dit eventueel zelf te laten opschrijven na elke training en wedstrijd. In het boek ‘Effect’ van o.a. Johan Olav Koss beschreven ze deze techniek als volgt. Stel al je ervaringen voor als een fresco: schilderingen op een plafond zoals je die kunt zien in de katholieke kerken in Italië. Nu is het aan jou om met een zaklantaarn die ervaringen te belichten die jij belangrijk vind.

Je hebt dus zowel je kritische blik nodig voor zaken die minder goed gaan, als aandacht voor de punten die goed verlopen. Of zoals ze ook in Vrij Nederland over Stam schreven: ‘Het gevoel zich te moeten bewijzen, is bij Stam tot de laatste wedstrijd gebleven. Die continue bewijsdrang heeft hem gehinderd tijdens zijn carrière echt te genieten van zijn hoogtepunten. Tegelijkertijd was het een belangrijk ingrediënt voor zijn succes.’

Groet Afke

Bron artikel Jaap Stam: Vrij Nederland, 20-2-2008 (https://www.vn.nl/jaap-stam-een-voetballer-is-vee/)

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial