De competitie is voor veel sporten weer begonnen en menig sporter staat weer op de velden. Een groot deel van hen heeft in de winter niet veel getraind. Dit maakt dat de eerste wedstrijden van het seizoen over het algemeen geen hoogstandjes zijn. De passes zijn niet strak, het balverlies is groot en veel kansen worden gemist. Het gebeurt op zowel amateur als professioneel niveau. Dit maakt dat menig sporter (te veel) gaat nadenken over de uitvoering van zijn spel. Hoe kan ik mijn stick het beste vasthouden? Hoe zal ik gaan staan tijdens het nemen van een vrije trap? Hoe zal ik die bal stoppen? Dit zorgt er echter niet voor dat ze ook beter gaan spelen. Sterker nog, meestal wordt het aantal fouten groter. Hoe kan het dat nadenken over de uitvoering van je actie ervoor zorgt dat je minder presteert? Dat hoe meer je in de wedstrijd nadenkt over je uitvoering, hoe meer je uit je spel geraakt?

Dit heeft te maken met hoe we leren. Eén van de manieren om dat duidelijk te maken, is aan de hand van het 4-staps leerproces. Neem leren autorijden als voorbeeld. Voordat je je rijbewijs haalde en dus nog nooit achter het stuur had gezeten, was je je nog niet bewust van de dingen die bij auto rijden komen kijken. Je wist toen nog niet, wat je nog niet kon: je was onbewust onbekwaam (stap 1). Toen kreeg je je eerste rijles en wees je rij-instructeur je op al de dingen, die je nog moest gaan leren. Je werd je bewust van je onvermogen: je werd bewust onbekwaam (stap 2). Door de vele autorijlessen leerde je de vaardigheden, die nodig zijn om een auto te besturen, eigen te maken. Zoals bijvoorbeeld bij het invoegen: eerst kijken in je binnenspiegel, daarna in je buitenspiegel en tot slot over je schouder. Hier was je toen heel bewust mee bezig: bewust bekwaam (stap 3). Nu heb je waarschijnlijk al een tijdje je rijbewijs en hoef je niet meer na te denken over alle handelingen die je moet verrichten om veilig te rijden: je bent nu onbewust bekwaam (stap 4). Sterker nog, je kunt naast het rijden zelfs andere dingen doen, zoals bellen, met andere praten, muziek luisteren enz. Als je deze fase hebt bereikt in je sport, kun je veel vaardigheden op je automatische piloot uitvoeren. Je lichaam weet wat hij moet doen.

Zoals hoogleraar Roos Vonk zegt in Psychologie magazine: ‘Herinneringen worden in je lichaam opgeslagen. Zo kun je pianospelen of blind typen, simpelweg doordat je vingers ‘weten’ wat ze moeten doen. Ga je erover nadenken dan gaat het mis. Het lichaam heeft een eigen geheugen en daar kun je je maar beter niet mee bemoeien’, aldus Vonk. Want als je gaat nadenken over hoe je bewegingen uitvoert, word je je weer bewust van de bewegingen en val je dus terug van stap 4 naar stap 3: bewust bekwaam. Krajicek zei eens in een interview, dat de tennisser die tijdens de wedstrijd het langst in de onbewuste bekwame fase verblijft (stap 4), de wedstrijd wint. Hetgeen overigens niet wil zeggen dat je als sporter altijd in fase 4 moet zitten.

Om aan de top te komen of te blijven, dient een sporter nieuwe vaardigheden en technieken te blijven leren. Zodra hij weer iets nieuws bijleert, doorloopt hij weer dezelfde stappen. Totdat hij het weer zoveel getraind heeft, dat hij er niet meer over na hoeft te denken en zijn lichaam tijdens de wedstrijd als vanzelf de juist bewegingen maakt. Zo hoefde Cruijff niet meer na te denken over hoe hij een bal moest aannemen. Hij had daardoor alle tijd om om zich heen te kijken, het spel te overzien en de juiste pass te geven. Vandaar dat fase 3 goed is voor de training en fase 4 voor tijdens de wedstrijd.

Het bovenstaande principe wordt ook wel eens gebruikt om iemand ‘uit de wedstrijd te praten’. Zo heb ik een tennisser begeleidt die het 4-staps  leerproces uitstekend wist toe te passen bij de tegenstander. In een belangrijke wedstrijd stond hij tegenover iemand die erg goed stond te serveren. Hij had er niets tegenin te brengen en bedacht daarom het volgende. Tijdens het wisselen van speelhelft zei hij tegen zijn tegenstander: ‘Je merkt wel dat nu je de bal hogerop gooit, je veel beter bent gaan serveren.’ Waarop de jongen ging nadenken over hoe hij de bal opgooide en weer bewust bekwaam werd. Met als gevolg dat zijn service niet meer liep. Voor bovengenoemde tennissers die net uit hun winterslaap komen, zit er
niets anders op dan veel in fase 3 te verblijven: trainen, trainen en nog es trainen dus.