“Je had soms van die dagen tijdens het sporten. Dan leek alles vanzelf te gaan. Je training verliep dan in een roes. Wat dat precies was wist eigenlijk niemand. Ik had er vaak over gesproken met andere schaatsers en ik was erachter gekomen dat niet iedereen die roes kende. Het was iets wat zich in je onderbewuste afspeelde. Iets wat je rustig maakte en sterk tegelijk. Tijdens zo’n roes kon je allerlei zaken heel helder voor ogen zien en toch dacht je eigenlijk aan niets specifieks. Wanneer je in zo’n roes zat, vloog de training voorbij en met vermoeidheid was je niet bezig. Eigenlijk was het iets heel fijns.“ aldus schaatser Marnix ten Kortenaar.

 

Wat is deze ‘roes’ nou eigenlijk? Veel wetenschappers omschrijven dit ook wel als ‘flow’. Er is ontzettend veel over geschreven, maar wat is nou waar? Wat is flow nou precies? Kan je flow trainen? En zorgt deze ‘flow’ altijd voor de beste prestaties? Wij zetten alles voor je op een rijtje!

Wat is flow?

Als je in de flow zit, kun je intense gevoelens van blijheid en plezier ervaren. Flow is een staat waarin je je optimaal uitgedaagd voelt en het idee hebt dat je deze uitdaging aan kan. Er is als het ware een balans tussen de moeilijkheid van de uitdaging en de vaardigheden waarover je beschikt. Iemand die in de flow zit, gaat helemaal op in de activiteit en kan het gevoel van tijd verliezen. Je weet wat je doelen zijn en je bent helemaal geconcentreerd op wat je doet. Ook al ben je moe of heb je pijn, je kan dit accepteren en doorgaan. Je kan flow zien als een continuüm van microflow naar deepflow. Aan de ene kant bij microflow ervaar je kleine momenten van plezier en ga je op in de activiteit. Aan de andere kant bij deepflow ervaar je intense gevoelens van blijheid, plezier, ga je op in de activiteit en verlies je het idee van tijd. Sommigen zeggen zelfs dat deze deepflow levensveranderend kan zijn. Je kan dus in mindere en meerdere mate in de flow zijn. In totaal zijn er negen dimensies van flow:

  • Er is een balans tussen de moeilijkheid van de taak en de vaardigheden waarover je beschikt.
  • Je gaat helemaal op in de activiteit
  • Je hebt duidelijke doelen
  • Je ontvangt duidelijke feedback (dus niet vaag)
  • Je bent geconcentreerd op je taak
  • Je hebt het gevoel dat je controle hebt
  • Je verliest je zelfbewustzijn (je denkt niet meer ‘hebben ze het over mij?’ of ‘als ik win ben ik door’)
  • Je hebt het gevoel dat de tijd langzamer of sneller gaat
  • Je doet de taak puur omdat je dat zelf wil en niet omdat het moet van anderen

Leidt flow tot betere prestaties?

Deze vraag is niet in één keer te beantwoorden, maar om een fabel de wereld uit te helpen: Iemand die in flow zit, zet niet altijd de allerbeste prestatie neer. En iemand die optimaal presteert, ervaart ook niet altijd flow. Daarentegen kan iemand die in de flow zit, wel het idee hebben dat diegene optimaal presteert. Toch leidt flow uiteindelijk wel tot betere prestaties. Dit komt doordat de omstandigheden om in de flow te komen een goede omgeving is om je te ontwikkelen. Deze optimale omgeving leidt uiteindelijk wel tot betere prestaties. Om dit beter te begrijpen, moeten we eerst uitleggen hoe je in de flow komt en hoe je omstandigheden kunt creëren waardoor je in de flow kunt komen. Dit lees je volgende week in deel 2.