‘Soms dan zit je in de flow. Ik werd toen amper behandeld door de fysio. Ik ging gewoon van training naar training en van wedstrijd naar wedstrijd. En dat ging allemaal lekker. Als je eenmaal in die flow zit, wil je hem zo lang mogelijk vasthouden.’ Aldus Robin van Persie in het interview met Jeroen Pauw op 17 mei 2019 (De gehele aflevering is hier te zien).

 

 

Vorige keer hadden we het over wat flow is, of dit tot betere prestaties leidt en hoe. De schaatser Marnix ten Kortenaar had het al over flow tijdens een wedstrijd of training. Robin van Persie heeft het over flow op de lange termijn. Flow kun je dus niet alleen in de wedstrijd, maar ook over een langere periode ervaren. We beantwoorden in dit deel hoe je in de flow komt, of het te trainen is en of je altijd in de flow wil komen.

Hoe kom je in flow?

Allereerst is hoe jij tegen een uitdaging en je vaardigheden aankijkt belangrijk. Kortom, als iets te moeilijk is en je denkt dat je het niet kunt, ga je niet in de flow komen. Als iets heel makkelijk is, dan wordt het vaak juist weer te saai. De kunst is om de optimale uitdaging te creëren. Het creëren van de optimale uitdaging kan worden beïnvloed door de mate van autonomie, feedback, sociale steun en begeleiding die een sporter krijgt. De sporter moet het idee hebben dat hij zelf controle heeft over zijn leerproces. Dus welke doelen wil hij behalen, hoe gaat hij dat behalen en hoe wil hij daarvoor trainen? Het is belangrijk dat hij deze doelen zelf kan stellen en zich daarbij gesteund voelt door de trainer, coach, teamgenoten, ouders of vrienden. Ook kan de trainer of coach de sporter helpen door begeleiding te geven. Dit kan door in te gaan op de persoonlijke leervragen die de sporter heeft. De bedoeling is dat de sporter onder begeleiding leert te reflecteren op de eigen sportervaringen. Dus hoe ging de training of wedstrijd? Hoe kwam dat en hoe kun je dit in het vervolg aanpakken?

Ook zijn er andere randvoorwaarden die invloed hebben op het wel of niet ervaren van flow. Iemand die bang is of niet gemotiveerd is, komt minder snel in de flow. Het is dus belangrijk dat je de activiteit zelf wilt doen en leuk vindt. Iemand die sport omdat het van bijvoorbeeld de coach of trainer moet, zal dus veel minder snel in de flow komen.

Tot slot ervaren sporters die gebruik maken van psychologische vaardigheden vaker flow. Denk hierbij aan visualisatie, zelfspraak, het stellen van doelen en de controle hebben over je emoties. En funfact: sporters die een coach hebben die in flow zit, ervaren zelf ook vaker flow. Een overzicht met factoren die aan flow bijdragen vind je hieronder.

  • Motivatie: Echt zelf beter willen worden in plaats van omdat het moet
  • Precies genoeg spanning voelen. Te weinig spanning zorgt er voor dat je de taak saai vindt, maar te veel spanning leidt tot angst
  • Doelen en een voorbereiding hebben voor en tijdens de competitie zodat de sporter zich helemaal voorbereid voelt en weet wat hij moet doen
  • Weten dat je goed getraind hebt en je fysiek klaar voelen
  • Optimale omgevingsfactoren. Denk hierbij aan dat het weer goed is, dat je je tas de avond van te voren al hebt ingepakt en dat je op tijd komt
  • Je goed voelen tijdens de prestatie
  • Sterke focus en concentratie
  • Zelfverzekerd zijn en een positieve houding hebben
  • Het hebben van positief samenspel met het team en een positieve interactie
  • Je ervaren voelen als sporter en eerder flow hebben ervaren

Kun je flow trainen en hoe?

Ja en nee. Je kunt flow zelf niet echt trainen, maar je kunt wel de optimale omgeving creëren om in de flow te komen door alle randvoorwaarden te faciliteren. Flow kun je trainen door deze randvoorwaarden te scheppen. Hierbij zijn motivatie, zelfbeeld en het wegnemen van angst belangrijk. Een omgeving waarin de sporter zich veilig voelt, plezier heeft, zich uitgedaagd voelt, controle heeft over zijn eigen leerproces en voldoende steun en begeleiding krijgt, is de perfecte omgeving om in de flow te komen. Deze omgeving noemen we ook wel een ‘mastery-omgeving’. Dit is het tegenovergestelde van een ‘performance-omgeving’ waarin de nadruk ligt op prestaties en resultaten zoals winnen. Zoals eerder genoemd helpt ook het trainen van sportpsychologische vaardigheden om in de flow te komen.

Wil je altijd in flow komen?

De omgeving die er voor zorgt dat je in de flow kunt komen, is eigenlijk ook de optimale omgeving om jezelf te ontwikkelen. Sporters die zich kunnen ontwikkelen ervaren meer plezier en presteren uiteindelijk ook beter. Dus ja, eigenlijk wil je de omstandigheden om in flow te komen altijd faciliteren.