De lente is begonnen! De dagen worden langer en de zon komt vaker tevoorschijn. Dit betekent meer hardlopers op straat, wielrenners die tussen de weilanden door fietsen en andere sporters in de buitenlucht. Voor veel mensen staat het begin van de lente voor meer energie en ondernemen. Toch is er een grote groep mensen die het moeilijk vindt om in actie te komen en te gaan sporten. Dit noemen we in de sportpsychologie ook wel de intention-behaviour gap. Je hebt wel de intentie om iets te doen, maar het lukt nog niet om daadwerkelijk actie te ondernemen. Hierbij spelen verschillende psychologische factoren een rol. Twee belangrijke factoren zijn motivatie en doelen stellen.

Motivatie kan opgedeeld worden in intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is een vorm van motivatie die volledig uit jezelf komt. Je sport bijvoorbeeld omdat je het leuk vindt, het je energie geeft of omdat je je lichamelijk lekkerder voelt. Extrinsieke motivatie is het tegenovergestelde, dan komt de motivatie vanuit externe factoren. Je sport bijvoorbeeld omdat je wilt winnen, je wilt bij je vriendengroep horen of omdat je er goed uit wilt zien voor anderen. De meeste mensen hebben een beetje van beide vormen van motivatie als ze gaan sporten. Het belangrijkste is dat de intrinsieke motivatie het grootst is. Je intrinsieke motivatie kun je vergroten door bijvoorbeeld deze lente samen te gaan sporten met een goede vriend(in), familielid of kennis. Dit kan voor extra plezier zorgen en je kunt elkaar helpen om gemotiveerd te blijven.

Daarnaast kan het stellen van doelen helpen bij het motiveren van jezelf. Als je kunt toewerken naar een doel voel je sneller het nut van de activiteit en kun je je tevreden voelen als je je doel bereikt hebt. Het is hierbij belangrijk om te letten op de soort doelen die je stelt. Het stellen van SMART doelen kan helpen bij het formuleren van een doel. Een SMART doel is specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdsgebonden. Een voorbeeld van zo’n doel kan zijn dat je over een half jaar 15 kilometer wilt kunnen hardlopen met een snelheid van 10 km/u. Dit is een voorbeeld van een lange termijn doel. Na het vaststellen van wat je wanneer wilt bereiken, is het belangrijk om dit lange termijn doel op te delen in korte termijn doelen. Hierdoor krijg je een stappenplan om naar je lange termijn doel toe te werken. Daarnaast helpt het stellen van korte termijn doelen om de motivatie te behouden, omdat je tussentijds ook succesmomenten ervaart. Een korte termijn doel kun je maken door het lange termijn doel op te delen in kleine stukjes, bijvoorbeeld over twee weken kan ik 3 km met een snelheid van 10 km/u hardlopen en over een maand 4 km met een snelheid van 10 km/u. Ook kan het helpen om elke dag “als… dan…” plannen te gebruiken. Hierbij bedenk je in welke situatie je welk gedrag gaat uitvoeren. Bijvoorbeeld: als ik thuis kom van werk, dan ga ik een rondje hardlopen. Door van te voren een “als… dan…” plan te maken en deze meerdere keren voor jezelf te herhalen, wordt het makkelijker om dit daadwerkelijk uit te voeren. Dit komt doordat je het gedrag linkt aan de situatie en het gedrag automatisch zal worden in deze situatie. Tot slot is het goed om de doelen uitdagend en haalbaar te maken. Het is belangrijk dat je succeservaringen gaat krijgen, die ook zullen bijdragen aan het krijgen van intrinsieke motivatie. Wees dus realistisch bij het stellen van doelen en begin niet te groot, zodat je deze lente vooral veel plezier gaat krijgen in het sporten.

Dus, ga jij deze lente ook over tot actie en lekker buiten sporten? Denk dan aan bovenstaande tips! Deze kunnen je niet alleen helpen bij het starten met sporten, maar ook als je al sport en je meer uit je sport wilt halen.

Succes en we wensen iedereen een sportieve lente!

Arlene