Door: Lisa Beekman

Sporten is gezond, dat is iets wat altijd gezegd wordt en wat ik ook zeker niet zal ontkennen. Sporten is goed voor lichaam en geest. Het is dan ook belangrijk om een actieve levensstijl te hebben. Maar wat als sporten de overhand krijgt in je leven? Sporten is dan je eerste prioriteit en al het andere is daar ondergeschikt aan. Zelfs je studie, werk en sociale leven. Als het dan onverhoopt een keer niet lukt om te sporten, denk je dat je meteen je progressie kwijtraakt en dan voel je je bijvoorbeeld verdrietig, boos en teleurgesteld. Is sporten dan nog wel gezond te noemen? Ik denk het niet… Sterker nog, dit heeft zelfs wat weg van een sport verslaving.

 

“I’m addicted to exercising and I have to do something every day- Arnold Schwarzenegger”

 

In deze blog deel ik mijn verhaal over de periode waarin ik obsessief bezig was met sporten en hoe ik nu een goede balans heb gevonden tussen inspanning en ontspanning. Ik ben nu 23 jaar en ik ben begonnen met krachtraining toen ik net 17 jaar oud was. Ik verveelde me vaak en daardoor zocht iets om de tijd te doden: sporten werd de ‘oplossing’. Bovendien vond ik mezelf te dun en hoopte ik wat aan te komen door het kweken van spieren. Het begon allemaal onschuldig met 1 á 2 keer per week sporten. Dit werd na verloop van tijd 3 á 4 keer per week en al snel 5 á 6 keer per week. Totdat ik op een punt was aangekomen dat ik eigenlijk elke dag te vinden was in het krachthok. Ik probeerde af en toe een rustdag te nemen, met de nadruk op ‘probeerde’. Die ene keer dat ik dan een rustdag gepland had ging ik toch vaak naar de sportschool om ‘licht’ te trainen of om cardio te doen. Mezelf rust geven om bij te komen kon ik niet. Ik plande alles rond het sporten, sporten stond veruit bovenaan mijn prioriteitenlijstje.

Sporten nam de overhand

Elke dag sporten gecombineerd met een universitaire opleiding, een bijbaan en een sociaal leven was eigenlijk niet te doen. Met name mijn sociale leven moest het ontgelden. Ik had eigenlijk nooit tijd om mijn vriendinnen te zien. Als ze me vroegen “Lisa, kan je vrijdag afspreken?”, dan was mijn reactie standaard “Sorry, maar dan moet ik sporten.” Een tijd lang was ik trots op mijn discipline en voelde het goed wat ik deed. Totdat het vele sporten me toch begon op te breken. Ik vond het toch wel jammer dat ik veel sociale activiteiten miste en ik kreeg steeds meer pijntjes en lichte blessures. Ik voelde aan alles dat mijn lichaam rust nodig had, maar het lukte me niet om die rust te nemen. De pijntjes en de blessures stapelden zich op. Ik denk dat ik op dat moment echt overtraind was.

Hoe het beter werd

Het omslagpunt kwam toen ik merkte dat ik nauwelijks meer progressie boekte. Ik realiseerde me dat ik mezelf niet de kans gaf om te herstellen en mijn progressie stokte compleet. Zo bleef ik maar hetzelfde aantal kilo’s deadliften en ik kwam niet verder. Al die tijd heb ik het nut van genoeg rusten onderschat. Ik dacht dat mezelf constant blijven uitdagen dé manier was om beter te worden. Dat klopt maar voor een deel…

Hieronder vind je het supercompensatie model. Fase 1 is de training, hierin gebruik je energie door intensief te trainen, in mijn geval in de sportschool. In fase 2, de herstelfase, is het belangrijk is dat je je energievoorraad weer aanvult. Bij voldoende herstel wordt je energievoorraad net iets meer dan dat het oorspronkelijk was. Dit zorgt voor een optimaal trainingseffect: fase 3 supercompensatie.

Echter was dit bij mij niet geval omdat ik te weinig rust nam en daardoor niet goed genoeg herstelde. Na verloop van tijd dalen je prestaties zelfs omdat je telkens niet voldoende hersteld waardoor er geen supercompensatie plaatsvindt. Hoe dat er precies uitzet kan je terugvinden in de onderstaande figuur. Toen ik me dit realiseerde ben ik het anders gaan aanpakken. Ik begon ook in te zien dat herstel veel meer is dan enkel een dag niet sporten. Goed herstellen betekend ook kwalitatief goed slapen, je lichaam voorzien van de voedingsstoffen die het nodig heeft om sterker te worden maar ook het creëren van voldoende ontspanningsmomenten. Het ging zeker niet van de één op de andere dag helemaal anders. Ik betrapte mezelf er echt nog wel eens op toch te hebben gesport wetende dat ik de rust had kunnen gebruiken. Beetje bij beetje leerde ik toch mezelf die rust te kunnen nemen. Ik heb in die tijd echt geleerd om mijn lichaam meer te waarderen en mezelf de rust te gunnen die ik verdiend had en bovenal ook nodig had om te herstellen voor de volgende training.

Waarom is sporten verslavend?

Ik merkte dat het sporten voor mij echt een verslavende werking begon te krijgen. Het begint onschuldig maar voor je het weet wil je meer, meer en nóg meer… Je hebt zelfs cravings naar het moment dat je weer in de sportschool staat. De officiële term voor een sportverslaving is ‘bigorexia’. Hoe werkt zo’n verslaving? Waarschijnlijk heeft het met meerdere aspecten te maken maar de productie van endorfine tijdens het sporten draagt er zonder twijfel aan bij. Endorfine geeft een gelukkig gevoel, niet gek dat je daar steeds meer van wil. Zelf denk ik ook dat het te maken heeft met het resultaat dat je behaalt met sporten. Na verloop van tijd zie je er zichtbaar gespierder uit en dat is precies wat je wil. Je blijft intensief sporten om dat te behouden en te verbeteren. Bovendien verandert bij veel mensen die vaak in de sportschool staan hun lichaamsbeeld. Je ‘ziet’ jezelf heel anders dan hoe andere mensen je zien. Je vindt bijvoorbeeld dat je rug niet gespierd genoeg is, terwijl in werkelijkheid je rug al flink gespierd is. Dit maakt dat je nooit tevreden bent met je lichaam en je wederom voor meer gaat. Dit houdt obsessief sporten in stand.

 

“Once you see results, it becomes an addiction”.

 

Hoe gaat het nu?

Ik luister op dit moment veel beter naar mijn lichaam en weet nu op tijd mijn rust te pakken. Ik train alleen als ik me uitgerust voel. Mijn streven is nog steeds 4/5 keer per week trainen, maar als ik merk dat ik vermoeid ben dan heb ik er geen moeite mee om minder te trainen of zelfs om een week rust te pakken. En mijn progressie? Die is er weer! De progressie gaat uiteraard minder hard dan in het begin, maar toch verbeter ik mezelf nog steeds beetje bij beetje. Juíst nu ik meer rust neem en een betere balans heb tussen ontspanning en inspanning. En de blessures? Die heb ik nu al een hele tijd niet meer gehad! Bovendien heb ik meer tijd voor andere leuke dingen in het leven. Ik zeg win-win!

Lees meer over supercompensatie (en veel meer) in het boek ‘Leren Revalideren’

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial