De kop van de Olympische Winterspelen is eraf. En hoe! De eerste week zit er nog niet op, en de medaillespiegel staat ondertussen al op 11. De ondergrens was om met minimaal 13 medailles terug te komen uit Pyeongchang: “Anders mag je ons daar echt op afrekenen”. Aldus Chef de Mission Jeroen Bijl. Maar van wie, werd er van tevoren verwacht de plakken binnen te slepen? En wat voor implicaties heeft dat voor onze olympiërs én voor de kijker?

Sommige sporters spreken zelf hun medailleverwachtingen uit. Daarnaast deelt de publieke opinie, ingegeven door de vele experts in de alle sportuitzendingen en talkshows, graag zijn mening over de mogelijke kanshebbers. Grofweg valt onderscheid te maken tussen drie verschillende groepen kandidaten:

  1. Meedoen is belangrijker dan winnen. Maar het blijft sport.. dus je weet maar nooit! Met deze verwachting is de deelname an sich vaak al reden om op een geslaagd Olympisch programma terug te kijken. Voor de kijker kan een uitzonderlijke medaille echt je dag maken vanwege de oprechte blijdschap die van het scherm afdruipt: Zo maakte David Gleirscher deze week mijn dag toen hij op sprookjesachtige wijze goud pakte bij het rodelen: “It’s just magic, I can’t describe this, it’s just unbelievable!”
  2. De tweede categorie is de ‘potentiële medaillekandidaat’: iedereen bestempelt je als kanshebber, maar niks is zeker. Je hebt het al wel eerder laten zien op andere toernooien, maar nog niet op dit podium, waarmee je de kans loopt om de eeuwige vierde te worden. Voorbeeld was Marrit Leenstra bij de 1500m langebaanschaatsen. Leenstra had de reputatie op grote toernooien op de vierde plaats te eindigen.

Maar maandag verloste ze zichzelf van het ‘eeuwige vierde syndroom’ en pakte ze de bronzen plak. Twee jaar geleden volgende zij haar gevoel en besloot haar eigen weg te gaan, de liefde te volgen en naar Italië te vertrekken om daar te gaan wonen en trainen.

  1. Dé titelkandidaat: Hoop voor de kijker en een garantie op een vol stadion. Op basis van eerdere resultaten en je prestaties van het afgelopen jaar ben jij de medaillegarantie voor team NL. Denk aan Ireen Wust, Sven Kramer, Kjeld Nuis en ga zo maar door. Wust benoemt in haar reclame voor Toyota zelf dat ze met niks minder dan goud genoegen zal nemen, er is maar één plek die telt. Zoals Kjeld Nuis het omschrijft: ‘Iedereen verwacht dat je het even gaat doen.’

Drie keer raden welke groep eerder euforisch is met brons, tevreden met zilver en gerustgesteld met goud.

Vanuit sportpsychologisch perspectief is het thema verwachtingen vaak gerelateerd aan onderwerpen als choking, motivatie, flow en taakgerichtheid. Kjeld Nuis was een mooi voorbeeld van positief omgaan met de hoge verwachtingen door zich bij uitstek te focussen op zijn taak in plaats van het mogelijke resultaat. In elk interview vooraf bleef hij maar benoemen dat hij gewoon zijn taken moest uitvoeren en zich daar op moest focussen: ‘De dingen die ik op het ijs moest doen zo goed mogelijk doen.’ Ook na zijn gouden race gaf hij aan tijdens de race bezig te zijn geweest met zijn taken op dat moment.

Voor de staf om de atleten heen is op dit vlak ook een rol weggelegd. Shorttrack coach Jeroen Otter benoemde mooi hoe hij voor de finale van de 500m shorttrack Yara van Kerkhof inpeperde dat de focus niet moet liggen op het resultaat, niet bezig zijn met het podium en de gevolgen van het missen van het podium. De focus moet volgens hem liggen op (de taak)[1], diep zitten en snelheid houden.

Kortom, elke deelnemer aan de Olympische Winterspelen maakt kans op een medaille, juist op de Olympische Spelen is alles mogelijk. Geloof in eigen kunnen en taakgerichtheid kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Wil je weten hoe jij dit als coach of sporter kan toepassen? Neem dan contact met ons op!

p.s.: wij hebben in deze blog voorbeelden gegeven van taakgerichtheid. Meer weten over de andere onderwerpen? houd onze blog dan zeker in de gaten.

Winterse groeten van WPC’ers Kees en Yara

[1] Meer over taakgericht: https://www.sportscience.blog/2017/01/26/niet-verliezen